1447.jpg)
Vereenvoudiging en flexibilisering van bv-recht (“flex-bv”) in zicht
Tenzij de huidige politieke ontwikkelingen roet in het eten gooien, zal het recht van toepassing op besloten vennootschappen nu werkelijk op korte termijn worden aangepast. Het voorstel ligt bij de Eerste Kamer, en minister Opstelten van veiligheid en justitie heeft het streven uitgesproken om de flex-bv per 1 juli 2012 inwerking te laten treden.
Met de aanpassing van het bv-recht wordt getracht tegemoet te komen aan de wensen van ondernemers. Zo krijgen oprichters en aandeelhouders meer vrijheid om hun bv naar eigen goeddunken vorm te geven. De wetswijziging beoogt er tevens in te voorzien dat Nederland aantrekkelijk blijft als vestigingsland voor nationale en internationale ondernemingen. In deze bijdrage zet ik een aantal belangrijke veranderingen op een rij.
1. Minimumkapitaal
Was voor de oprichting van een bv een minimum startkapitaal van € 18.000,- vereist, onder het nieuwe recht is de verplichting van een minimum kapitaal geschrapt. Dit heeft tot gevolg dat de wetgever niet langer bepaalt welk startbedrag nodig is, maar de aandeelhouders zelf (afhankelijk van de behoefte van de vennootschap). Zo kan een vennootschap al worden opgericht na volstorting van één aandeel met een nominale waarde van € 1,-. Derden kunnen de omvang van het startkapitaal overigens natrekken in de akte van oprichting.
Het minimum kapitaal was overigens slechts een schijnzekerheid. Het bood geen garantie dat het bedrag nog aanwezig was op het moment dat een schuldeiser zijn vordering wilde innen. En er ontstond nog wel eens de discussie of de aandelen waren volgestort. Deze discussie lijkt met de nieuwe wet te verdwijnen.
Ook andere oprichtingsvoorwaarden, zoals de voorgeschreven bankverklaring bij storting op aandelen en de accountantsverklaring bij inbreng in natura, zullen vervallen. Hierdoor wordt de oprichting van een bv goedkoper en eenvoudiger.
2. Aandelen
Onder de nieuwe wet kunnen aandelen geen of juist meerdere stemmen vertegenwoordigen (in plaats van één stem per aandeel). Ook zijn aandelen zonder of met een beperkt winstrecht toegestaan. Een aandeel moet overigens ofwel een stemrecht ofwel een winstrecht behelzen. Aandelen zonder stem- en winstrecht zijn niet toegestaan.
3. Aansprakelijkheid bestuurder/aandeelhouder
Omdat de bescherming van schuldeisers niet meer wordt gewaarborgd door een minimumkapitaal, wordt op de bestuurder een bijzondere verantwoordelijkheid gelegd voor de winstuitkeringen aan aandeelhouders. Met de nieuwe wet wordt een zogenaamde “uitkeringstest” ingevoerd waarin de winstuitkering aan aandeelhouders wordt beoordeeld aan de hand van de financiële positie van de bv. De algemene vergadering stelt de winstuitkering vast, en deze moet vervolgens worden goedgekeurd door de bestuurder.
Indien de bestuurder heeft toegelaten dat dividend wordt uitgekeerd terwijl de vennootschap haar opeisbare schulden niet kan betalen, dan is de bestuurder, naast de vennootschap, aansprakelijk voor het tekort dat door de winstuitkering is ontstaan. Bovendien wordt er een aansprakelijkheid voor de aandeelhouders geïntroduceerd. De aandeelhouders zijn op hun beurt aansprakelijk voor de hoogte van de ontvangen uitkering, indien zij wisten of redelijkerwijs behoorden te voorzien dat de bv haar opeisbare schulden niet kon blijven betalen.
Voorts kan in de statuten worden bepaald dat (bepaalde) aandeelhouders specifieke verplichtingen hebben tegenover de andere aandeelhouders, de vennootschap en/of jegens derden. Zo kunnen aandeelhouders hoofdelijk aansprakelijk zijn voor schulden van de vennootschap. De bv lijkt in een dergelijke opzet op de huidige vennootschap onder firma.
4. Afschaffing blokkeringsregeling
De huidige blokkeringsregeling in de statuten van een bv, inhoudende dat een aandeelhouder bij een verkoop van zijn aandelen de goedkeuring nodig heeft van de andere aandeelhouders of de aandelen eerst moet aanbieden aan de andere aandeelhouders, wordt niet meer verplicht voorgeschreven. De aandeelhouders mogen zelf bepalen of, en op welke wijze, de overdracht van de aandelen wordt beperkt. Hiermee komt een belangrijk onderdeel van het besloten karakter van de bv te vervallen.
5. Geschillenregeling
Onder het huidige recht werd slechts sporadisch gebruik gemaakt van de geschillenregeling, waarin aan aandeelhouders een mogelijkheid wordt geboden om aan de rechter te verzoeken om zich te laten uitkopen dan wel hun medeaandeelhouder te laten uitstoten. Daarom is deze regeling is in het nieuwe bv-recht herzien. De nieuwe wet beoogt de geschillenprocedure te versnellen.
Bovendien biedt het ruimte om in de statuten of aandeelhoudersovereenkomst af te wijken van de wettelijke geschillenregeling. Bv’s die de gang naar de rechter willen vermijden, kunnen een eigen geschillenregeling in de statuten opnemen, waarbij bijvoorbeeld een arbiter of bindend adviseur wordt aangewezen. De eigen regeling heeft dan voorrang boven de wettelijke geschillenregeling, tenzij deze de overdracht van aandelen onmogelijk of uiterst bezwaarlijk maakt.
Conclusie
Het nieuwe bv-recht zal ook voor bestaande bv’s met onmiddellijke ingang gelden. Omdat het nieuwe bv-recht veel flexibiliteit biedt, zullen bestaande statuten in veel gevallen binnen de wettelijke regeling vallen. Om echter gebruik te kunnen maken van de mogelijkheden die de nieuwe wet biedt, zal doorgaans wel een statutenwijziging moeten plaatsvinden. Daarnaast verdient het de aandacht om de aandeelhoudersovereenkomst opnieuw tegen het licht te houden. Verder dienen bestuurders en aandeelhouders rekening te houden met de “uitkeringstest” en de bijbehorende wettelijke aansprakelijkheidsregeling.
Zodra de datum van de inwerkingtreding van de nieuwe wet bekend is, informeren wij daarover.


