Rechtsverhouding golfclub en golfpro nader bekeken: let op het BBA

12-12-2011
Maurits van Buren

De rechtsverhouding tussen golfclub en golfpro – de docerende golfprofessional – is niet altijd even helder. In de praktijk blijkt  dat golfclubs en golfpro’s met enige regelmaat van mening verschillen over hoe hun onderlinge relatie gekwalificeerd moet worden. Deze geschillen worden in het uiterste geval beslecht door de rechter, zoals recentelijk is gedaan door de kantonrechter Leiden (1 juni 2011, JAR 2011/232).

 

Golfclub en golfpro kunnen hun afspraken op verschillende wijzen vastleggen, bijvoorbeeld door middel van een pachtovereenkomst waarin de golfpro – tegen betaling – gebruik mag maken van de faciliteiten van de golfclub om zijn eigen golfschool te exploiteren. Partijen kunnen ook afspreken dat een golfpro in dienst of in opdracht van de golfclub lessen geeft.
 

In dat laatste geval ontstaat vaak discussie over de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst dan wel een overeenkomst van opdracht en de – daarmee samenhangende – vraag of de golfpro ontslagbescherming toekomt (zie voornoemde uitspraak van de kantonrechter Leiden). Of feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst dan wel opdrachtovereenkomst is niet altijd even duidelijk. Dat partijen hierover discussiëren is op zich begrijpelijk. Meestal wordt namelijk aangenomen dat een arbeidsovereenkomst slechts met toestemming van UWV WERKbedrijf kan worden opgezegd (een zogenoemde “ontslagvergunning”), terwijl dat voor de opzegging van een overeenkomst van opdracht niet vereist is. Maar levert een arbeidsovereenkomst daadwerkelijk meer ontslagbescherming en (dus) een betere positie op voor een golfpro dan een overeenkomst van opdracht?
 

BBA; begrip “werknemer”
Voornoemde regel, inhoudende dat de werkgever voor de opzegging van de arbeidsverhouding met de werknemer voorafgaande toestemming van het UWV WERKbedrijf behoeft, is vastgelegd in het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 (“BBA”). Het begrip “werknemer” wordt in het BBA ruim uitgelegd: werknemer in de zin van het BBA is niet alleen degene met wie een arbeidsovereenkomst is gesloten, maar ook degene die persoonlijk arbeid verricht voor een ander. Een natuurlijk persoon kán op basis van een arbeidsovereenkomst persoonlijk arbeid verrichten, maar kan dat ook op basis van een overeenkomst van opdracht.

 

Zo heeft de Hoge Raad in twee arresten (uit 2000 en 2005) geoordeeld dat een tennisleraar, die (slechts) op basis van een overeenkomst van opdracht met de tennisclub les gaf, ingevolge het BBA ontslagbescherming toekwam (JAR 2000/250; JAR 2006/14). 


Aanvullende voorwaarden voor toepasselijkheid BBA
Om onder de bescherming van het BBA te vallen dient wel aan een aantal aanvullende voorwaarden te worden voldaan. Zo dient de golfpro gehouden te zijn om de arbeid persoonlijk voor de golfclub te verrichten en mag hij zich in beginsel niet laten vervangen door een ander. Indien een golfpro zich in de praktijk regelmatig laat vervangen door een andere golfpro en de golfclub dit toestaat, dan zal van een dergelijke verplichting veelal geen sprake zijn.
 

Verder mag een golfpro in de regel niet voor meer dan twee anderen arbeid verrichten. Indien de golfpro dus op eigen naam activiteiten verricht voor meer dan twee opdrachtgevers, dan zal het BBA niet van toepassing zijn. Dit kan het geval zijn indien de golfpro in zijn eigen tijd lessen of clinics geeft en hiervoor persoonlijk een vergoeding ontvangt.
 

Uitzondering voor docerend personeel 

Tot slot dient vermeld te worden dat het BBA niet van toepassing is op onderwijzend of docerend personeel werkzaam aan onderwijsinrichtingen, die onder beheer staan van een natuurlijk of rechtspersoon. De begrippen “onderwijzend personeel” en “onderwijsinstelling” worden in de rechtspraak tamelijk ruim uitgelegd. Hieronder vallen bijvoorbeeld een rij-instructeur van een autorijschool en een zweminstructrice van een particuliere zweminrichting. In de lijn hiervan zou gesteld kunnen worden dat een golfpro die in dienst is van een golfschool geen ontslagbescherming toekomt.
 

Conclusie

Tussen golfclub en golfpro kan discussie ontstaan over de vraag of sprake is van een overeenkomst van opdracht dan wel een arbeidsovereenkomst. Ook zonder een arbeidsovereenkomst kan een golfpro echter ontslagbescherming genieten. Zoals gezegd moet dan wel aan een aantal aanvullende voorwaarden worden voldaan. Daarentegen zou gesteld kunnen worden dat de golfpro die in dienst is van een golfschool in beginsel geen ontslagbescherming geniet vanwege de uitzondering die gemaakt is voor docerend personeel aan een “onderwijsinrichting”.
 

Om discussies en juridische procedures zoveel mogelijk te voorkomen is het van belang om de onderlinge afspraken van te voren goed vast te leggen. Ook is belangrijk om vervolgens correct uitvoering te geven aan die afspraken. Indien blijkt dat partijen in de praktijk toch een wezenlijk andere uitvoering geven aan de overeenkomst, dan is het verstandig om de schriftelijke overeenkomst te herzien. Anders kan het (golf)balletje raar gaan rollen.

 

Maurits van Buren

Terug naar overzicht